‘Geen relatie zonder communicatie’ en ‘zonder relatie geen informatie’ zei Gary de cursusleider streng. Vandaag was een communicatiecursus ‘gesprekstechnieken’ gepland. Het was vreemd om een cursus te moeten volgen in iets wat ik al heel lang deed, of zelfs als baby al probeerde te doen. Cursussen komen en gaan, maar bij aankomst binnen dit nieuwe bedrijf werd ik overladen met ‘kennistrajecten’.

‘Hoe werkt de organisatie, hoe communiceer je en wat voor persoon ben je?’ waren de vragen die ik in de eerste vier maanden moest beantwoorden. De vragen beantwoordde ik door op cursus te gaan en te verblijven in een ruimte waar ik de hele dag zou zitten, iets waar ik licht claustrofobisch van werd. De andere stakkers die de cursus moesten volgen zaten als makke schapen achter de tafeltjes. Het hoogtepunt te midden van alle denkbeeldige casussen waren de pepermuntrolletjes. De cursus begon altijd met een voorstelrondje, waar ik mijn leerdoelen en wensen moest vertellen aan een ander, die mij vervolgens voorstelde. Zo had ik mijn collega een beetje lollig geïntroduceerd:

‘Hij wil leren hoe het niet overkomt alsof hij te veel dossiers door iemands strot duwt.’ Terwijl ik het zei, voelde ik de kloof tussen ons dieper worden. Ik leerde ook gelijk dat het een beginnersfout is om gedetailleerd te vertellen wat mijn leerdoelen écht zijn. Er was altijd wel een oplettende collega die me dan wekenlang bleef herinneren aan mijn zogenaamde doel. De cursusleider reageerde op elk uitgesproken leerdoel met een zen-achtig:

‘Hou het concreet, klein en authentiek’,

‘Vandaag is het een mooie dag om dat te bekijken’ of

‘Mooi, mooi geformuleerd.’

Er werd ons tijdens het voorstelrondje ook gevraagd:

‘Wat we hadden willen worden als we deze baan niet hadden gehad?’ Bijna de hele groep benoemde allerlei banen die niets met ons vak te maken hadden. Wat nog erger was, dit waren droombanen. De dingen die iedereen vroeger als kind had willen doen, wilden ze eigenlijk nog steeds. Dit waren beroepen als dierenarts, geschiedenisdocent, verslaggever, treinmachinist en festivalprogrammeur. Ik voelde het lood in mijn schoenen zakken, totdat een heel saai en smoezelig uitziende jongen zei dat hij seksuoloog had willen worden. Soms liepen de dingen in het leven teleurstellend af voor een individu, maar waren de overige betrokkenen beter af. In de pauze kwam een meisje die Kirstin heette naar me toe. Bij het introductierondje had ik verteld dat ik uit Amsterdam kwam, en Kirstin wilde daar graag naartoe, dus ze vroeg mij om reisadvies tijdens de pauze. De cursus hervatte, en Gary begon ons allerlei vragen te stellen, waaronder:

‘Wat is communicatie?’ Er werd dan verwacht dat we daar een passend antwoord op hadden, maar Gary’s eigen definitie was zo specifiek dat niemand het kon raden, elk antwoord was fout. Gary genoot zichtbaar van zijn tijdelijke superioriteit.

‘Communicatie is een boodschap overbrengen tussen zender en ontvanger, die ook wisselen qua plaats’ zei hij met een zelfgenoegzame grijns. Dan schreef hij de tekst op een poster, en plakte die ergens in de kamer, naast een van zijn vele andere ‘flipovers’. Dat was communicatie ook, veel posters ophangen. Daarbij maakte hij veelvuldig gebruik van afkortingen. Gary zei ook dingen als:

‘Laat meningen, oordelen en aannames thuis.’ Op de vraag wat we met die wijsheid moesten doen als we thuis gingen werken, kreeg ik geen antwoord. Daarna speelden we het ‘feedback spel’, waarin we onze medespelers in fictieve scenario’s dingen op een sympathieke manier gingen meedelen. Bijvoorbeeld dat hun hond te hard blafte, of dat ze hun grote Range Rover niet voor onze deur mochten parkeren, of dat ze uit hun mond roken.

Tegen het einde van de cursus gooiden we een gekleurde bal in het rond, zoals ze dat ook in een AA-kliniek zouden doen. Toen ik de bal toegeworpen kreeg, was het de bedoeling dat ik zei wat ik die dag geleerd had. Het was handig om woorden te gebruiken als: ‘processen, competenties, krachtenveld, duivelsdriehoek, en omdenken.’ Ter afronding van de cursus vroeg Gary:

‘Heb je nog een gesprek in het vooruitzicht?’ Waarop ik had willen antwoorden:

‘Vanavond nog met mijn buurmeisje Sarah als we tapas gaan eten’, maar ik slikte het in.

X