Ieder kantoor kende zijn legendes, en zo ook het mijne. Ze leefden tussen de muren en het gefluister van de werknemers. Soms hing er een legende in de lucht. Toen ik met een collega tijdens het afdelingsuitje stond te praten, kwam deze anekdote ter sprake.

Een paar jaar geleden werkte een Ierse vrouw bij ‘finance en control’ die veel van alcohol hield. In het busje op weg naar het bedrijfsuitje een paar jaar geleden, had zij al drie blikjes bier achterovergeslagen. Waarschijnlijk had ze al enige alcoholtolerantie opgebouwd, want ze raakte maar niet aangeschoten. Op locatie, ergens aan de rand van een bos met herten, stond een barbecue opgesteld. Onder het genot van de hapjes dronk ze anderhalve fles rode wijn. Ze liep naar vijf collega’s -mannen-, die zich rond het vuur van de barbecue stonden op te warmen. Ze sprak de legendarische woorden:

‘Ik heb nou zo’n zin in seks, jullie ook?’ Het werd akelig stil, en net een hartslag uit de maat zei ze:

‘Kom op, wie gaat er met me mee?’ Ze droop af en werd later teruggevonden met nog een fles rode wijn naast zich, diep weggedoken in een zitzak. Mensen rapen altijd moed bij elkaar om weer verder te gaan met het leven, en toen zij een maand later ‘s middags dronken terugkwam na de lunch werd ze alsnog ontslagen.

Een andere legende was die van de secretaresse met een ‘burn-out’. Zij had hard gewerkt en was overgespannen geraakt, waardoor ze thuis moest blijven. Deze vrouw had kort haar zoals vele vrouwen van haar leeftijd, maar zij was niet zo gewoontjes als ze eruitzag. Na vijf maanden thuis op de bank had ze kennelijk een hobby ontwikkeld en verscheen ze op een late-avond-astrologie-kanaal. Het was een uitzending waarin zij haar diensten aanbood als astroloog – medium – handenlezer. Hoe ze handen kon lezen vanuit de tv was niet duidelijk, maar ze bood deze service aan. Verder kon ze ook tarotkaartjes leggen en theeblaadjes lezen. Hoewel dit een curieus gegeven was, was het nog interessanter om uit te vinden welke collega er ’s nachts naar dat tv-programma had zitten kijken om haar te spotten op tv.

Alsof dit niet genoeg was, zei de astrologe op tv dat ze ook optrad als ‘ervaringsdeskundige in rouwverwerking’. Iedereen die ooit iemand verloren heeft, is een ervaringsdeskundige in rouwverwerking. Dat gold ook voor mijn collega Alicia die een Russische dwerghamster ten grave had gedragen. Waarschijnlijk noemde de secretaresse zich een ervaringsdeskundige in rouwverwerking omdat ze haar vier ex-mannen om zeep had gebracht. Of misschien rouwde ze om zichzelf, om haar eigen identiteit die verloren was gegaan met de ‘burn-out’. Haar schaduwcarrière bleef niet onopgemerkt, want een collega zag de secretaresse optreden in het programma. De rest geschiedde en eindigde in ontslag, en zo werd ook de secretaresse een levende, zij het naamloze, legende.

X