Humanresources stond bij ons beter bekend als de ‘people’s people’. Niemand was er beter in om die term erin te rammen dan zijzelf. Zij waren het meest levendige en enthousiaste personeel binnen ons bedrijf. Ze stuurden me altijd op cursus en ze raadden me aan om er heel veel te volgen. Het maakte niet uit of het een Excel-cursus was die ik niet nodig had, gaan! Er was altijd iets te leren of op te frissen, ook al paste humanresources die wijsheid niet toe op zichzelf. Onze personeelswerkers volgden nooit een cursus, en eerlijk gezegd hadden ze met hun sterke ‘people skills’ geen Excel cursus nodig. Ze stonden boven de ‘gewone’ werknemers want zij waren één van de beoordelaars van onze ‘performance’, ze hielden buitensporig ziekteverlof bij en waren verantwoordelijk voor het inhuren van nieuwe mensen. Toch deed onze humanresources erg hun best om erbij te horen en extravert als ze waren, lukte hen dat aardig. Zo had Susie-van-human-resources het briljante idee om op vrijdag heel ‘casual’ met een doos Quality Street bij iedereen langs te gaan. Een aardig gebaar, maar wat hadden mensen eraan als ze slechts eenmalig een snoepje kregen? Het riep vragen op, zoals:

‘Krijg ik maar één keer één snoepje omdat ik anders te vet word, hart- en vaatziekten krijg, en meer ziekteverlof opneem?’

Mijn favoriete humanresources medewerker was een man van rond de 60 die ik ‘Gandalf the Wizard’ noemde. Hij zag er wijs uit en hij kwam van ver. Hij herinnerde mij er altijd aan dat zijn ouders van ‘working class’ waren. Inmiddels werkte hij nu voor dit bedrijf, en op zijn oudere dag had hij besloten om een doctoraat te gaan halen in de rechten. Hij en ik hadden een speciale band, omdat we een goede klik hadden gehad tijdens mijn sollicitatiegesprek. Daarnaast hield hij van oude motors, van de muziek van Amy Winehouse en hadden we allebei hetzelfde gevoel voor humor. Soms begrepen de andere werknemers onze absurde grappen niet, wat bij ons alleen maar leidde tot grotere hilariteit.

Het waren wel creatieve mensen, de schatten van ‘humanresources’. Om de twee weken bedachten ze een onderzoek waarbij het wenselijk was dat alle medewerkers eraan mee zouden doen. Zo kwam deze week de vraag langs:

‘Welke thee willen jullie volgend kwartaal drinken?’ Op dit moment lagen earl grey, rooibos en groene thee in de lade. We konden op de vragenlijst verschillende smaken invullen, waaronder sinaasappel, kaneel, jasmijn, gember of kamille. Waarom we niet meer theesoorten konden hebben, begreep ik niet. Misschien was ‘humanresources’ bang dat we met meer smaken last kregen van keuzestress, we een rij gingen vormen bij de koffieautomaat en daardoor kostbare werktijd verdeden. Een ander recent onderzoek was:

‘Welke maaltijd besluit je te nuttigen na een lange werkdag?’ Wat ze met deze informatie aan moesten was onduidelijk, ze verzorgden nooit avondmaaltijden, en in de kantine veranderde nooit iets. Het merendeel van de reacties (44%) antwoordde dat ze soms maaltijden online bestelden bij gebrek aan tijd. Het verbaasde me dat zoveel collega’s vrijwillig reageerden op deze onderzoeken. Als iedereen de HR-onderzoeken nou eens zou doodzwijgen, dan hield het misschien een keertje op. Maar mensen waren goedwillend, soms tegen hun eigen bestwil.

X